Test Toyota RAV4: succesvolle SUV zet flinke stap vooruit

De Toyota RAV4 is de meest verkochte SUV ter wereld. De nieuwe generatie blijkt een volwassen SUV van hoge kwaliteit.

Dat de RAV4 drie centimeter langer en breder is geworden, merk je goed aan de binnenruimte. Op de achterbank heb je veel hoofd- en beenruimte, al is het minder comfortabel dat de zitting nogal laag bij de vloer geplaatst is. Daardoor krijgen de bovenbenen geen optimale steun. Ook de bagageruimte is gegroeid en biedt nu 580 literinhoud: hulde!

Het interieur, met handige bergvakken, straalt kwaliteit uit: de materialen voelen prettig aan en zien er goed uit. Het infotainment zou soms logischer en sneller moeten werken en het scherm zou best groter mogen zijn. Maar kwalijker is het feit dat Apple CarPlay en Android Auto (nog) niet leverbaar zijn.

Binnenspiegel

Een innovatie is het in de binnenspiegel geïntegreerde beeldscherm. Daardoor kun je het spiegelbeeld vervangen door beelden van een camera bij de achterruit. Het beeld is superscherp en contrastrijk en beter dan bij een conventionele spiegel. Maar het belangrijkste voordeel is dat de bestuurder altijd optimaal zicht naar achteren blijft houden als passagiers op de achterbank of hoog opgestapelde bagage in de weg zitten. 

Verder is het goede veercomfort opvallend. Ook de wegligging is dik in orde, al zijn er SUV’s die net wat beter sturen. 

Trouw aan de eigen tradities kiest Toyota voor een hybride zonder stekker: je kunt de RAV4 niet zelf opladen. Maar hij kan wel degelijk korte afstanden volledig elektrisch rijden, dankzij de stroom die hij haalt uit de werking van de verbrandingsmotor en de energie die vrijkomt bij hetremmen. In de praktijk werkt het feilloos. De benzinemotor(testverbruik 1 op 15,0) biedt voldoende pit en souplesse. Wel jammer dat deze versie slechts 800 kg aan aanhangergewicht mag trekken.

Plus

+ Zonder stekker, toch (beperkt) elektrisch.

+ Standaard automaat.

+ Zuinig.

+ Innovatieve binnenspiegel.

+ Goed veercomfort.

Min

– Infotainment schiet tekort.

– Omklappen bank vanuit bagageruimte onmogelijk.

– Slechts 800 kg trekgewicht.

Conclusie

Veel ruimte, goed veercomfort, zuinig en standaard een automaat: de RAV4 heeft veel te bieden. De technische kwaliteit is top. Maar aan het gebruiksgemak valt nog wel wat te verbeteren.

Eindcijfer

7,9

Extra testnotities

In 1994 maakte de RAV4 zijn debuut. Tot nu toe heeft Toyota er al negen miljoen van verkocht.

Met de technische kwaliteit zit het doorgaans wel goed bij deze Toyota: in pech- en betrouwbaarheidsstatistieken is de RAV4 al jaren de grote winnaar.

Bijkomend voordeel van een hybride is de standaard automaat, bij deze hybride traditiegetrouw van het type CVT (Continu Variabele Transmissie). Die heeft zijn beruchte karaktertrekje nog niet helemaal afgeleerd: enig rumoer van de benzinemotor klinkt als je het gaspedaal eens diep intrapt voor een inhaalmanoeuvre. Dit doet enigszins afbreuk aan de kwaliteitsbeleving, maar is lang niet meer zo irritant als vroeger.

Een compliment waard: elke RAV4 heeft standaard een compleet pakket aan veiligheidssystemen. De concurrentie laat er nog wel eens eentje achterwege in de goedkoopste uitrustingsniveaus.

Qua motortechniek kent de RAV4 eigenlijk maar één concurrent: de Honda CR-V. Ook die is als stekkerloze hybride leverbaar, maar duurder.

Handig is de mat van de laadvloer: uitneembaar én afwasbaar.

Toyota schreeuwt tegenwoordig maar al te graag van de daken dat zijn stekkerloze hybrides hét alternatief zijn voor de zwaar onder vuur liggende diesels. Dat is voor een groot deel waar. Maar een diesel biedt altijd nog een grotere reikwijdte dan een benzine-hybride.

Typisch Aziatische traditie: de tankklep is niet geïntegreerd in de centrale vergrendeling. Dat vereist dus een eigenlijk onnodige, extra handeling, met een drukknop op het dashboard.

Getest is de RAV4 Hybrid met 2.5 benzinemotor (218 pk) en elektromotor. Hij staat in de prijslijst vanaf €39.995. Dat is dan de versie met alleen voorwielaandrijving, want wie vierwielaandrijving wil betaalt minimaal €44.695. Overigens heeft de geteste auto het rijke Bi-Tone uitrustingsniveau wat zijn prijs op €47.995 brengt. Dat brengt standaard veel met zich mee, zoals metallic lak, led-koplampen, parkeersensoren voor en achter, zwarte 18 inch lichtmetalen wielen, stoelbekleding met kunstleren zijwangen, elektrische verstelling van de bestuurdersstoel (inclusief lendensteun), een draadloze telefoonoplader, zwarte hemelbekleding en verlichte bekerhouders. In dit geval was ook nog het Innovation-pakket geïnstalleerd, dat €1595 kost. Dit pakket omvat instapverlichting, de camerafunctie in de binnenspiegel (Smart Rear View Mirror), achteruitrijradar, 360 graden camerabeeld en dodehoekbewaking.

Caravanliefhebbers moeten zich niet verkijken op de grote 2,5 liter metende viercilinder benzinemotor van de geteste auto: deze hybride mag slechts aanhangers tot 800 kg trekken. Kies je dezelfde motorvariant met 4×4 dan kan er echter 1650 kg aan de trekhaak. De 4×4 heeft een extra elektromotor bij de achteras en is dankzij de extra elektrische motorkracht zelfs nog iets zuiniger. Wie niet van hybride gecharmeerd is, kan altijd nog kiezen voor de 2.0 benzinemotor (175 pk) en dan is deze Toyota al vanaf €34.995 verkrijgbaar. Die heeft voorwielaandrijving en geen 4×4 maar mag van alle versies het meeste gewicht trekken: maximaal 2000 kg.

 

 
© Bart Hoogveld

 
© Bart Hoogveld

 
© Bart Hoogveld

 
© Bart Hoogveld

 
© Bart Hoogveld

 
© Bart Hoogveld

 
© Bart Hoogveld

 
© Bart Hoogveld

 
© Bart Hoogveld

 

© Bart Hoogveld

 

Bron: ad.nl