Toyota rallyhistorie. De vergeten WRC overwinningen (De dubbelslag van 1993).

Via Auto Motor Klassiek. Deze maanden besteedt Auto Motor Klassiek in het tijdschrift aandacht aan de rallyhistorie van Toyota. In een tweeluik beschrijven zij de achtergronden van het hedendaagse wedstrijdsucces van de grootste fabrikant ter wereld. In deel 6 en het sluitstuk: de dubbelslag van Toyota Team Europe in 1993. Dat jaar wordt Toyota voor het eerst WRC-constructeurskampioen. Bovendien wordt Toyota-piloot Juha Kankkunen in 1993 voor de vierde keer wereldkampioen rally bij de coureurs.

Toyota wordt in 1993 eigenaar van Andersson Motorsport GmbH. Dat heet nu Toyota Motorsport GmbH, en daar valt TTE vanaf dat moment onder. Dat jaar valt alles bij Toyota Team Europe op zijn plek. Vanaf de Belgische jaren zeventig groeit Toyota stap voor stap, u heeft de historie in een magazine-tweeluik en online kunnen lezen. Onder leiding van Ove Andersson boeken de equipes indrukwekkende resultaten, die allemaal de opmaat vormen naar het geweldige seizoen 1993.

Grote namen aan boord

De bemanning liegt er niet om, grote namen als Didier Auriol, Juha Kankkunen en Markku Alén pakken dat seizoen de stuurwielen van de Toyota Celica Turbo 4WD (ST185) beet. Het gebeurt in een tijdperk dat ook de andere teams over grote namen beschikken. Subaru is ondertussen aan een opmars bezig, en heeft Vatanen gestrikt, wereldkampioen Carlos Sainz vertrekt vanwege sponsorperikelen verrassend bij Toyota en vindt zichzelf in 1993 terug in de Delta Integrale. De iconische Lancia gaat onder de Jolly Club vlag zijn laatste WRC-seizoen in. En wat dacht u van Francois Delecour? Ook dat is een illustere naam, die al jaren in dienst van Ford rijdt en dit seizoen de ovaal met de Escort Cosworth naar grote hoogten moet brengen. Miki Biasion, wereldkampioen in 1988 en 1989 met Lancia, is zijn teammaat.

Coming man en afscheid van een legende

Colin McRae is the coming man, hij rijdt dat jaar voor Subaru en is teammaat van Ari Vatanen. 1993 is bovendien het afscheidsjaar van Hannu Mikkola. Hij rijdt dat seizoen én voor Subaru én voor Toyota Team Europe. De Finse legende neemt tijdens zijn 1000-Meren Rally, waarin hij Toyota Team Europe in 1975 de eerste WRC-zege bezorgde, afscheid van het internationale circus. Hij wordt in 1993 zevende in zijn thuisland.

Spannend seizoen

Er wacht in 1993 een spannend seizoen voor de mannen van Andersson, die dat seizoen onder de vlag Toyota Castrol Team opereren. Toyota heeft met Sainz enkele WRC coureurstitels gepakt. Bovendien heeft Lancia een terugtrekkende beweging gemaakt, hoewel het nog wel actief is onder de vlag van de Jolly Club. Maar voor Toyota Team Europe zijn de constructeurs titelkansen groter dan ooit.

Monte Carlo winst

De voortekenen voor het illustere jaar tekenen zich af tijdens de openingswedstrijd van het seizoen. De equipe Auriol-Occelli wint met de Turbo 4WD Monte Carlo, nipt voor de Ford-equipes met Delecour en Biasion aan het stuur. Ook de Rally van Zweden gaat naar Toyota. Mats Jonsson wordt winnaar, voor teammaat Juha Kankkunen die van Lancia is overgekomen. Toyota voert de constructeursranglijst aan, maar de positie komt na de Portugese Vinho do Porto onder druk. Dat komt ook doordat in Portugal de grote coureursnamen van Toyota niet van de partij zijn. En dat, terwijl Portugal van oudsher toch vruchtbare bodem biedt voor de Toyota-rally equipes.

Eén, twee, drie en vier in Kenia

Andersson en zijn team richten zich volledig op de Safari Rally, van oudsher de succeshabitat van Toyota Team Europe. In 1993 staat er weer eens geen enkele maat op Toyota in Kenia, het legt beslag op de plekken één, twee, drie en vier. De equipe Kankkunen-Piironen wint, vóór de team- en landgenoten Alén en Kivimäki. Toyota blijft koploper in de constructeursrace en de coureurscompetitie. Beide wedlopen zijn dan nog lang geen gelopen koers.

Spannende strijd tussen Toyota en Ford

Een periode van aantrekken en afstoten begint. Toyota houdt de leidende positie vast, maar Ford blijft Andersson en zijn mannen op de hielen zitten. Delecour wint de Tour du Corse, vóór Didier Auriol. In Griekenland houdt Andersson de grote namen weer thuis, Ford doet dat niet en ziet Miki Biasion de hoogste trede van het Acropolis podium betreden. Kankkunen pakt in Argentinië vervolgens zijn tweede overwinning van het WRC-seizoen. In de aanloop naar deze rally krijgt vaste compaan Juha Piironen een hersenbloeding, Welshman Nicky Grist vervangt de Finse navigator. De gebeurtenissen geven de Argentijnse overwinning van Kankkunen en Toyota een extra lading. De daaropvolgende rally in Nieuw-Zeeland wint Colin McRae. Auriol wordt namens Toyota Team Europe (Toyota Castrol Team) derde.

Kankkunen loopt weg bij Delecour, eerste WRC constructeurstitel voor Toyota

Vanaf dat moment tekent de Toyota victorie zich echter af. Want Kankkunen wint vervolgens in Finland (de laatste WRC rally van Hannu Mikkola) en Australië. Daar wordt Toyota voor de allereerste keer WRC- constructeurskampioen. De zege van Kankkunen in Australië is bovendien zijn 20-ste in WRC-verband, op dat moment een record. De Fin is na zijn derde plaats in de voorlaatste rally van het seizoen (Catalonié) niet meer te achterhalen door belager Delecour. Hij wordt daar voor de vierde keer wereldkampioen. Zijn verworven status bevestigt hij tijdens de door veel sneeuwval gedomineerde RAC rally van 1993, want ook deze slotrally van het seizoen is voor Kankkunen. Het is zijn vijfde WRC-zege van het jaar. Bovendien zet hij ook 86 klassementsproeven op zijn naam.

Kroon op het werk

De overwinning van Kankkunen in Groot-Brittannië is de meest passende manier om de constructeurs titel te vieren. Want de eerste dubbelslag (coureurs- en constructeurstitel) voor Toyota Team Europe is een fantastische kroon op het werk dat twee decennialang door Ove Andersson, zijn hechte team en alle betrokkenen is geleverd. Mét fabriekssteun van Toyota, dat de private renstal van Andersson zo de ruimte bood om het pad naar de victorie op een unieke manier te plaveien.

De andere vijf delen over de vergeten en historische WRC-overwinningen vindt u onder deze link.

Met heel veel dank aan Benny Heuvinck en Ron Moës.

Bron tekst en fotomateriaal: amklassiek.nl.

Laat wat van je horen

*