Rijtest: Toyota ProACE Compact 1.6 D-4D 115pk

De Toyota Proace is als de eigenwijze, korte Compact nog niet als testauto op deze plek aan bod geweest. Dat maken we dubbel en dwars goed, want we houden hem een klein halfjaar onder onze hoede en doen daarvan verslag.

Dag in, dag uit met een bestelauto onderweg zijn, is iets anders dan hem een week rijden voor een test. Hoe is de instap wanneer je niet een paar keer, maar gedurende enkele maanden élke dag achter het stuur kruipt? Waar loop je tegenaan wanneer je je bestelauto ‘even snel’ midden in de stad moet parkeren? Lijkt de zijdeur niet alleen breed genoeg, maar is hij dat ook echt? Deze en andere details komen nog aan bod, want na deze reguliere test volgt een aantal weblogs op deze website waarin we nader ingaan op specifieke aspecten van de zwarte V-888-LN.

Even voorstellen

Eerst maar even de auto voorstellen. De keuze viel bewust op de Compact-uitvoering van nieuwkomer Toyota Proace, vanwege het uitgekiende formaat van deze bestelauto, die daarmee het midden houdt tussen vertegenwoordigers van het compacte en het middensegment. Met zijn lengte van 4,60 meter is hij bijvoorbeeld 20 cm korter dan een Ford Transit Connect L2, terwijl de laadruimte precies een kubieke meter groter is (4,6 tegen 3,6 kubieke meter). Best een eigenwijs formaat dus, waarbij alleen de Nissan NV200 (4,40 m/4,2 kuub) een beetje in de buurt komt. En uiteraard de vergelijkbare korte versies van de Peugeot Expert en Citroën Jumpy. Een concurrentievergelijking (prijs en uitrusting) is één van de onderwerpen die later aan bod komen. De uitvoering is de meest luxueuze: de Professional (+ € 3.000), die het ‘volle’ dashboard met navigatie en DAB+-radio heeft, alsmede onder meer een akoestische voorruit, klimaatregeling, smart entry met startknop en een multifunctioneel stuurwiel en een regen- en een schemersensor. Verder heeft de testauto de optionele schuifdeur links en laadruimteafwerking met een vloer (bruin betonplex van 9 mm dikte), wielkastbetimmering, achterdeurafwerking en lat-om-lat-zijwandbekleding (berkenhout). Aan de buitenzijde is de testauto aangekleed met sidebars en lichtmetalen wielen (16-inch).

Stil

Onder de kap van de testauto ligt de ‘middelste’ motor uit het gamma, de 1.6 D-4D met 115 pk bij 3.500 tpm en 300 Nm bij 1.750 tpm (vanaf € 20.045). De motor blijkt ideaal voor de Proace. Hij is sterk genoeg, in die zin dat hij zijn koppel goed kan laten gelden als dat nodig is: voet omlaag en hij versnelt soepel en zonder drama. Vooral dat laatste is fijn: geen gedreun. Zelfs ‘vanuit de kelder’ gaat de D-4D zonder morren aan de slag en dat is wel eens anders. Doordat je in de praktijk niet eens in de buurt van de 3.000 toeren komt, blijft het motorgeluid goeddeels achterwege. Heus, diverse passagiers dachten een moment dat de Proace een benzinemotor had. Het gemiddelde verbruik is momenteel 6,3 l/100 km bij een normale rijstijl en afwisselende trajecten. Keurig.

Besturing

Wat bij de Compact voorlopig ten opzichte van de versie met de ‘tweede’ lengte, (Worker genaamd) opvalt, is dat hij wat gevoeliger is voor zijwind. Je moet hem meer corrigeren dan wenselijk is; systemen die de auto automatisch binnen de lijnen moeten houden (zijwindassistent of rijstrookassistent), zijn er niet. Wat blijft, zijn de in eerdere tests gemaakte opmerkingen over de besturing, die niet alleen erg indirect is, maar ook een duidelijke rechtuitstand mist. Verder blijkt de rechterspiegel te klein, want hij laat een dode hoek vrij waarin een personenauto past: link bij uitvoegen. De in eerdere tests (van de Proace, Expert en Jumpy) gemaakte opmerkingen over het lawaaiige onderstel gelden nu niet; het lijkt alsof de fabrikant er inmiddels iets aan heeft gedaan. Ook het gememoreerde stroeve schakelen is verleden tijd. Goed, de zesbak schakelt niet bijzonder licht, maar wel strak, duidelijk en zonder haperen. Voorlopige conclusie: een erg fijne reisgenoot, die je haast laat vergeten dat je met een bestelauto op pad bent.

Bron: autoweek.nl