Volkskrant Toyota test : De vernieuwde Toyota Aygo

Bij een facelift denk je vooral aan de buitenkant. Maar de meeste verbetering van de Toyota Aygo zit in de elektronica. 

Bij Toyota denken ze met heimwee terug aan 2011. Er werden in dat jaar ruim 15 duizend verkopen genoteerd voor hun kleinste, de Toyota Aygo. De Aygo is het stadsblikkie met vier wielen en drie cilinders. De belangstelling voor de auto taande en om de verkoop op peil te houden worden er geregeld facelifts uitgebracht. Voor een auto is een facelift wat de sticker ‘nieuw recept’ is op een pak muesli. Onlangs verscheen er weer zo’n bijgepunte uitvoering.

Eerst nog even voor degenen die later hebben ingeschakeld: de Aygo is er een van een drieling. Bedacht in 2002 door PSA (Peugeot en Citroën) en Toyota om te kunnen besparen op de peperdure ontwikkeling van een klein model, waarop de marges doorgaan even bescheiden zijn als de lengte. Enter: de Peugeot 107 (later 108), de Aygo en de Citroën C1. Het trio, dat in 2005 op de markt kwam, is technisch identiek en uiterlijk verschillend en mag een succes worden genoemd.

Maar ze zijn niet meer zo succesvol als ze ooit waren. Is de Aygo dan eigenlijk een overschatte auto? Helemaal niet, maar Kia’s Picanto (en z’n tweelingzus, de Hyundai i10) en de drieling van de Volkswagengroep (Up, Citigo en Mii) doen het op dit moment gewoon beter wat betreft de verhouding prijs-prestatie en uitrusting.

Facelift

 

Dus van de nieuwe facelift wordt veel verwacht. En inderdaad hij is stiller (meer isolatie, helaas horen we nu de banden en het windgeruis beter), zuiniger (een ecomotor die het op de snelweg prima doet), een andere wielophanging (voor fijnproevers en op verjaardagen) en aandachttrekkende nieuwe kleuren. Zo werd Blikop pad gestuurd met een exemplaar in ‘Reddish Purple Metallic’ of in gewonemensentaal: lichtgevend lila.

De motor is trouwens ook aangepakt. Voor wie afhaakt bij de woorden gestabiliseerde balans-as, hoeft alleen dit te weten: het roffelige driecilindertje van weleer is getemd, vooral bij stationair draaien, en is inmiddels best te pruimen. Ook het interieur is aangepakt door designers en stofontwerpers, maar daar worden we helaas koud noch warm van.

De vormgevers van Toyota hebben van de Aygo een best prettig ogend autootje gemaakt. De kenmerkende X (sinds 2014) op de smoel, is donker uitgesmeerd over de zijspiegels en loopt dan via de zijramen naar achteren. We horen u denken: ze doen maar. Inderdaad, maar er is één bezwaar aan dat vormgeven als een racemonstertje. Aan de achterzijde knikt het dak omlaag – wat inzittenden langer dan 1 meter 90 verplicht de rit uit te zitten met de kin op de borst. Tegelijkertijd gaat het raamkozijn een tikkie omhoog. Ergo: het achterraampje is miniem. Dat zal de smartphonende passagiers wellicht een zorg zijn, maar bij het draaien van een U-bocht of het maken een scherpe draai naar rechts is vrijwel niets meer van de buitenwereld te zien. Ook al dankzij het zonnebrilsterke ‘privacyglas’.

De Aygo is een stadsauto, meer zeggen we niet.

Elektronica

Wat elektronica betreft schreven we wel een sterke verbetering op ons kladblokje. Het begint met een pakketje actieve veiligheid dat zich normaal gesproken koest houdt: een radar die de afstand tot voorligger in de smiezen houdt. Zodra het penibel begint te worden, bereiden de remklauwen zich alvast voor op actie – ze knijpen maximaal aan, zonder de remschijf nog te raken –, ondertussen wordt de bestuurder geactiveerd met beeld en geluid, en als-ie niet als de bliksem reageert, gaat Aygo op z’n strepen staan en remt-ie af, desnoods tot 30 kilometer per uur. Kan trouwens nog een machtige klap opleveren, maar tot stilstand remmen mag zo’n auto niet. Wettelijk gesproken.

En dan nog één ding. Achter het tabletachtige display, boven de middenconsole, gaan Apple Carplay en Android Auto schuil. Na koppeling met de smartphone kan via de Aygo dus behalve telefoneren – wat voor een stadsauto gerust verboden mag worden – ook eigen muziek worden afgespeeld, luisterboeken geluisterd en genavigeer met Google Maps of Waze. Dat betekent dus dat ook file-informatie live beschikbaar is. Daar konden wij in 2011 alleen nog maar van dromen.

 

Bron: volkskrant.nl