Toyota Auris 1.8 Full Hybrid Executive (2010)

Toyota Auris Full hybrid review autoweek.nl
Het imago van de Toyota Prius is niet onomstreden. Fans hemelen deze hybride op, tegenstanders sabelen hem neer. Gelukkig is er nu een alternatief: de Auris Hybrid. Alle voordelen van de Prius, maar geen van de nadelen. Of toch wel?

Het imago van de Prius is allang niet zo vrijblijvend meer als dat van de gemiddelde Toyota: de auto heeft de ondankbare rol gekregen symbool te staan voor alles wat veel petrolheads verafschuwen. Een soort martelaarsrol. De komst van een hybride versie van de al bestaande Auris is dus een prima oplossing voor mensen die niet met dat specifieke deel van het imago van de Prius geassocieerd willen worden. De auto verschilt wat betreft bruikbaarheid niet veel van de Prius en heeft precies dezelfde aandrijflijn.

De concept-Auris beloofde ons in 2006 een hele hoop, maar het uiteindelijke resultaat viel toch een beetje tegen. Dat geldt ook voor de verkoopaantallen van deze Corolla-opvolger. Deze gloednieuwe hybride heeft echter al sinds zijn komst voor een forse verkoopboost gezorgd. Visuele verschillen ten opzichte van de ‘normale’ Auris zijn er, hoewel niet groot.

Een nieuwe grille, nieuwe koplampen en led-dagrijverlichting zorgen voor een fris aanzien. Ook de bumpers zijn nieuw. Daardoor groeit de auto iets in de lengte.

Verder heeft de Full Hybrid een andere grille en staat-ie vijf millimeter lager op de poten. Daardoor is de hybride Auris gestroomlijnder dan zijn broertjes. Aan de binnenkant zijn er ook enkele verschillen: de toerenteller heeft plaatsgemaakt voor een powermeter en het stuurwiel is vervangen door een ‘hippe’ versie met afgeplatte onderkant. Op de middentunnel een herkenbaar Priusonderdeel: het bekende kleine pookje waarmee je de versnelling kiest. Een grote tegenvaller in de Auris is de bagageruimte: het accupakket slokt hier duidelijk vele liters op. De ruimte die overblijft, heeft ook nog eens een ongelijke laadvloer, wat het gebruiksgemak niet ten goede komt.

 

Twee elektromotoren

De auto beschikt over twee elektromotoren met samen 82 pk. Eén is vooral bedoeld als ondersteuning tijdens het accelereren en geeft net als de 1,8-liter benzinemotor (99 pk) z’n kracht aan de cvt. Die werkt met een planetair stelsel, waardoor de krachtinput van deze twee motoren oneindig gevarieerd kan worden. De tweede elektromotor bevindt zich tussen de automaat en de wielen en wordt vooral gebruikt als je puur op elektriciteit rijdt. Dat lukt op lage snelheden wonderwel! Tot 50 km/h kun je voor de EV-modus kiezen. Zolang je niet al te bruusk gas geeft, blijft de benzinemotor uit staan, terwijl je gewoon met het verkeer meekomt. Na een paar kilometer is de accu bijna leeg en springt de benzinemotor weer aan. Eenmaal onderweg is deze aandrijflijn goed, maar zeker niet perfect. Door de oneindige wisseling van de aandrijfkrachten is de benzinemotor onrustig. Hij wil nog wel eens in toerental stijgen en dalen bij gelijkblijvende snelheid.

Bovendien is de reactie op het gaspedaal niet altijd zoals je zou willen. Zoals gezegd kun je tot 50 km/h (beperkt) volelektrisch rijden, maar bij snelheden van 60 tot 65 km/h op de cruisecontrol slaat de motor eveneens af en biedt de elektromotor genoeg kracht om de auto op snelheid te houden. We haalden in de test een brandstofverbruik van 1 op 18,8. Dat is toch 20 procent ongunstiger dan de fabrieksopgaaf van 1 op 25. Het sturen gaat erg afstandelijk, waarbij de Auris wel strak op de weg ligt.