Toyota AA: verloren zoon ”Carros”

toyota-aa- 1st Toyota

Via Carros.nl > Sommige auto’s zijn een reis naar het einde van de wereld waard. En dat hoeft niet altijd een Ferrari of Bugatti te zijn. Martin van der Zeeuw tekende uit eerste hand het verhaal op van schimmige transacties en complotten rond de verwerving van een… Toyota.

Het onderstaande leuk stukje tekst over de Toyota AA komt van carros.nl

Het bijna spreekwoordelijke telefoontje, dat de al even spreekwoordelijke trein in beweging zette, kwam binnen tijdens de Mille Miglia van 2008. “Er wordt mij een oude Toyota aangeboden. Wellicht iets voor jullie, maar ze vragen er veel te veel geld voor.” Zo ongeveer luidde de boodschap die Ronald Kooyman, directeur van het Louwman Museum, in Italië op zijn gsm ontving van de webmaster van een Nederlandse klassiekersite. Kooyman wist toen nog niet dat hem een jongensboekachtig, soms ook angstig avontuur stond te wachten.

Kwetsbaar
De meeste bezoekers van het Louwman Museum in Den Haag hebben wellicht slechts een vaag idee welk een belangrijk erfgoed de volledig verroeste, verwaarloosde en uit niet bij elkaar passende onderdelen bestaande automobiel vertegenwoordigt, die in een apart diorama is geplaatst; of moeten we ‘schrijn’ zeggen? Het is een AA, Toyota’s allereerste seriemodel, vervaardigd tussen 1936 en 1943. Tot voor kort werd aangenomen dat er van de 1.404 gemaakte AA’s geen enkel exemplaar bewaard was gebleven. Zelfs het Toyota Museum in Japan heeft een replica moeten laten vervaardigen.


Maar hier in het Louwman Museum staat er een, een echte, hier tot rust gekomen na een uiterst zwaar leven. Hij kan slechts van een afstand aanschouwd worden, afstand die hier ook pást. Want de Toyota heeft, ondanks zijn stoere, robuuste uitstraling, iets heel kwetsbaars. In al zijn afgeleefdheid vertelt hij zijn eigen verhaal, maar hij lijkt moeite te hebben er de juiste woorden voor te vinden. Het koetswerk is gedeukt, pokdalig, vermoeid. Lak is nergens meer te bekennen. De portieren zitten scheef en vertonen botte reparaties. Ruiten zijn kapot of ontbreken zelfs geheel. De grille is die naam niet eens waardig; wat ervoor moet doorgaan geeft op schrijnende wijze aan dat er niets anders voorhanden was. De grote, grove wielen schreeuwen gewoon uit dat ze niet bij de auto horen.
Wie de auto van binnen kan bekijken, treft een zelfde troosteloosheid. De bekleding is nagenoeg vergaan. Het rechthoekige instrumentenpaneel herbergt klokken met Russische lettertekens. Tellernaalden ontbreken, glaasjes zijn kapot of verdwenen. Overal slap hangende kabels, touwtjes, draadjes.
En érgens is het allemaal ongelooflijk mooi. De chaos lijkt georkestreerd, maar is het juist niet; het is bijna ‘natuurlijk’ gegroeid. En dat maakt het intrigerend. Zoals gezegd: de auto vertelt bijna zijn eigen levensverhaal, geeft ruimte aan de fantasie van de toeschouwer. Wie zijn eigen gedachten de vrije loop wil laten en dat niet wil laten verstoren door de nuchtere achtergronden van gecompliceerde transacties rond de verwerving van deze unieke auto, moet dan ook niet verder lezen.

Handel met de Russen
De Russische lettertekens op de dashboardklokken verraden waar de Toyota zijn latere leven heeft gesleten; dat laatste is trouwens bijna letterlijk op te vatten. En wie Rusland – toen nog Sovjetunie – een goede twintig jaar geleden heeft ervaren, weet waar we over praten. De Volga’s, Lada’s, Moskvitchen en Pobieda’s waren kostbare bezittingen in een wereld waarin je tien jaar op een nieuwe auto moest wachten – als je hem al kon betalen – en waarin reserveonderdelen nauwelijks verkrijgbaar waren. Zijspiegels en ruitenwissers werden na elke rit uit voorzorg mee in huis genomen om diefstal te voorkomen. Met auto’s werd gereden tot ze erbij neervielen. En dan werden ze gerepareerd. Desnoods met niet geheel, of geheel niet passende onderdelen. Totdat ze wéér door hun hoeven zakten. Waarna ze weer werden gerepareerd. Eindeloos werd het leven gerekt terwijl het eigenlijk niet meer kon. Het is die context die het lot van de Toyota bezegelde.
Ook in deze dagen is, vanuit het Westen gezien, Rusland nog steeds een wat schimmig gebied en valt handel drijven met Russen gevoelsmatig niet onder de categorie ‘transparant’. Voor het Louwman Museum was de AA echter een meer dan interessante propositie, sowieso gezien de banden met Toyota, maar ook omdat dit allereerste type Toyota volledig uitgestorven gewaand werd. Ronald Kooyman verifieerde daarom vóór aanvang van het avontuur of het inderdaad om een AA ging, door de van de webmaster verkregen foto’s te vergelijken met Toyota-archiefmateriaal. Kooyman: “Kenmerkend zijn het dashboard en de deurpanelen, maar onmiskenbaar zijn de druppelvormige ‘louvres’ aan de zijkant en het profiel van het schutbord achter de motor. Hierdoor wisten we dat het een echte AA was.”
“Vervolgens namen we, in eerste instantie via mail en telefoon, contact op met de eigenaar, een Rus genaamd Ivan – natúúrlijk heette hij Ivan. Hij sprak gebrekkig Engels, dus het ging wat moeizaam. Van hem kregen we extra foto’s, die we opnieuw bestudeerden. Daarna besloten we tot aankoop en gingen we het onderhandelingstraject in. Nee, ik handelde niet ‘undercover’, maar gewoon als directeur van het museum. Na vier dagen heen en weer mailen en bellen waren we eruit. Het was me gelukt de prijs flink naar beneden te krijgen. Telefonisch meldde ik Ivan: ‘We kopen de auto, maar hoe doen we het verder?’”
“We kwamen overeen dat we zouden betalen als de auto ‘af magazijn’ geleverd zou worden. Ivan ging akkoord en vroeg hoe we de auto vervoerd wilden hebben: per boot, vliegtuig of vrachtwagen. Het was kinderlijk eenvoudig.”
“Maar kort daarna vroeg hij ineens of ik naar Moskou wilde komen om de auto daar te zien. ‘Ja’, zei ik, waarop ik hier natuurlijk van alles moest organiseren: een visum, een uitnodiging vanuit Rusland, een meeting point. Twee dagen later kwam er weer een bericht: de auto zou niet naar Moskou komen. ‘Wil je dan naar de plaats waar de auto staat?’, vroeg Ivan. ‘Waar staat hij dan?’, vroeg ik. ‘In Vladivostok.’

Contanten
Vladivostok. Het einde van de wereld. De plaats waar je over de rand valt, als je niet uitkijkt. Is Moskou goed drieënhalf uur vliegen vanaf Amsterdam, Vladivostok is nog eens bijna tien uur vanaf Moskou. “De aap kwam uit de mouw, aldus Kooyman. “Ivan bleek niet de eigenaar te zijn, maar een tussenpersoon. Hij had de auto ontdekt op een kleine, niet-autogerelateerde Russische ‘website’, aangeboden als een ‘Chevrolet 1943’. Dankzij ‘desk research’ was Ivan ervan overtuigd dat het om een Toyota AA ging en bood hij hem via de Nederlandse site aan. Op dat moment was echter niet de reis mijn grootste zorg, wel dat de auto cash betaald moest worden en het benodigde bedrag aan contanten over de wettelijk toegestane limiet heen ging. Wij besloten toen om een Zwitserse zakenrelatie in te schakelen, Hans, die contacten had bij de enige Zwitserse bank die een filiaal in Vladivostok heeft.”
“Op 15 juni vloog ik naar Moskou en dineerde ’s avonds met drie anderen: Hans, een relatie van hem bij het Britse consulaat in Moskou die ons de Russische zeden en gewoonten uitlegde, en een Rus, Boris, een logistiek expert. Boris sprak vloeiend Engels. Het was echt zo’n standaard-Rus, een soort Obelix.”
“De volgende dag zag ik Ivan voor het eerst in levenden lijve. In tegenstelling tot wat ik verwachtte, was het een nerveus, ielig typetje; een student journalistiek van 25 jaar, die wilde schrijven over klassieke auto’s. Met zijn vieren – Ivan, Hans, Boris en ik – vlogen we die dag naar Vladivostok. Onze Britse vriend had ons gewaarschuwd: ‘Moskou is vandaag de dag heel westers, maar alles daarbuiten leeft nog ergens in de vorige eeuw. En pas op: als ze weten dat je twee dagen reist voor een oude auto, wordt de prijs twee keer zo hoog.’”

‘Don’t break the deal’
“Het was drukkend weer, een beetje klammig”, vertelt Kooyman over zijn aankomst in Vladivostok. “Wij moesten nog eens zo’n twintig kilometer buiten de stad zijn. Dan kom je feitelijk in de derde wereld terecht. De taxichauffeurs tilden ons allemaal, maar Boris schold ze de huid vol; het enige wat hielp. Er heerste een agressieve sfeer, het was allemaal erg unheimisch. Als er hier iets met me gebeurt, vindt niemand me meer, dacht ik. En oh ja, overal Guus Hiddink.”
“We hadden een tactiek besproken. Boris en Hans zouden financiën en transport regelen, ik zou met Ivan naar de auto gaan kijken. We hadden een soort complot gesmeed om de auto niet ter plekke te kopen, maar de deal in het hotel te sluiten.”
“Ivan en ik gingen naar de plaats waar de auto stond. We maakten kennis met de eigenaar en iemand die hij voorstelde als zijn zwager; de laatste sprak goed Engels. De auto is op eigen kracht uit de garage naar achteren gereden. Het gaf een mysterieus gevoel. De grootvader van de eigenaar had de auto ooit na de Tweede Wereldoorlog verworven en in Siberië op het land gebruikt. Vermoedelijk was het oorlogsbuit.”
“Ik speelde ‘hard to get’. Ik had met opzet casual kleding aangetrokken en onderzocht de auto quasi-ongeïnteresseerd, ook aan de onderzijde. Wat niemand wist, was dat ik carte blanche had. We móesten ‘m hebben. Uiteraard liet ik niks blijken en nadat we de auto bekeken hadden en terug waren in het hotel, zei ik tegen Ivan dat de auto me tegenviel. Wat dus niet zo was. ‘Maar’, zei ik tegen hem, ‘don’t break the deal’.”
“Alleen de zwager kwam naar het hotel, de eigenaar bleef thuis. Ik bood twintig procent minder dan gevraagd. We kwamen in het midden uit, op tien procent. De zwager deed heel veel transporten van Japanse auto’s naar Moskou, maar op dat moment kwam Boris binnen. Dat was in scène gezet: ‘Hé Ronald, ben je er nu al, ik dacht dat je morgen zou komen.’ Enfin, Boris regelde dus het transport en wij hadden de deal rond.”

Ontroering
“Nu kwam de papierwinkel nog. Als je een auto over wilt schrijven, moet je fysiek met auto, eigenaar en verkoper naar een speciaal overschrijfkantoor. We hebben de AA dus op een truck geladen en naar het kantoor gebracht, waar hij in eerste instantie op naam van Ivan werd gezet. Het geld werd contant door Hans overhandigd. Hans en Boris zagen de auto voor het eerst. Hun reactie: ‘Hebben we het hier allemaal voor gedaan?’.”
“Daarna ging de Toyota in de container en vervolgens op de trein. Hoe weten we nu dat de auto in Moskou komt, vroeg ik aan de inmiddels ex-eigenaar. Toen bleek dat hij een politiefunctionaris was. ‘Don’t worry’, zei hij, terwijl hij zijn jasje veelbetekenend opensloeg en zijn penning liet zien. Toch vroeg ik me af of ik de auto ooit nog zou zien op het moment dat de container werd verzegeld.”
“Op 17 februari 2009, ruim een half jaar later, werd de auto in Nieuw-Vennep gelost. Het duurde zo lang omdat we toestemming nodig hadden van het Russische ministerie van Cultuur, die wilde checken of het geen erfgoed betrof. Dat mag het land namelijk niet uit. Gelukkig stond de auto te boek als Chevrolet. Ook de roestige staat van de auto sprak in ons voordeel. Verder hebben Boris en onze Britse relatie nog wat mensen ‘geholpen met hun beslissing’, zeg maar.”
“De container werd geopend in het bijzijn van Evert Louwman. Hij zei niks, maar zijn big smile sprak boekdelen. We besloten om de auto pas aan het publiek te tonen als het museum in Den Haag openging. Wel hebben we ‘m tussentijds aan een Japanse delegatie laten zien. De huidige president van Toyota, Akio Toyoda, was zichtbaar ontroerd; dat zie je niet veel. De Toyota-fabriek bevestigde later dat het een AA was. Toen zij erachter kwamen dat de AA was ontdekt, hadden wij de deal echter al rond.”
Kooyman besluit: “Terugkijkend is dit in mijn bijna negen jaar bij het Louwman Museum het meest vreemde wat ik heb meegemaakt. En ik ben echt overal geweest. Ik kan heel veel romantiseren, maar dit was toch wel het meest onzekere en daardoor het spannendst. En het is geweldig dat het gelukt is. Maar je bent heel nietig; dat gevoel had ik voor het eerst.”

En dan, uiteindelijk, komt zo’n tot het uiterste getergde auto nota bene in een museum terecht. Om daar te blijven in de staat zoals hij nu is, ‘enig overgebleven exemplaar’ of niet. Verweerd, verwaarloosd, verroest, moegestreden, incompleet en voorzien van niet-originele onderdelen. Raar eigenlijk. Ooit, lang geleden, kwam hij glimmend en glanzend uit een fabriek. Toch is het goed zo. Want puurder, authentieker dan dit vind je het niet.

De namen Hans en Boris zijn om privacyredenen gefingeerd

Met dank aan het Louwman Museum in Den Haag. Het museum is dinsdag t/m zondag geopend van 10.00u tot 17.00u. Maandag gesloten.
Bron teskt en afbeeldingen: www.carros.nl
www.louwmanmuseum.nl